PERSONEN- & FAMILIERECHT


Hier vindt u informatie omtrent huwelijk, samenwonen, wat er gebeurt met het vermogen van beide partners in geval van huwelijk, samenwonen, echtscheiding of overlijden en nog meer aanverwante onderwerpen.

Voor rechtshulp kunt u emailen: info@advokaat.net


INHOUD

1.  Huwelijksvoorwaarden

2. Ouderlijke gezag

3. Schenkingen

4. Testamenten

5. Erfenissen

6. Samenwonen

1.  HUWELIJKSVOORWAARDEN

1.1. Huwelijk
Trouwen doe je niet uitsluitend uit liefde maar ook met verstand. Anders wordt trouwen later berouwen. Vanaf de dag van het huwelijk van man en vrouw delen ze voortaan niet alleen hun leven samen en alle lief en leed, maar ook alles wat ze verder bezitten.
Dat is het geval, wanneer de huwelijkspartners vooraf geen speciale regeling
hebben getroffen. Ze trouwen, zoals dat heet, in `gemeenschap van goederen'.
`Gemeenschap van goederen' betekent dat volgens de wet alle bezittingen van de echtgenoten samenvloeien tot een gemeenschappelijk bezit.
Zowel het inkomen dat tijdens het huwelijk wordt verdiend, de auto, het gekochte huis, de wasmachine, de televisie, het meubilair, maar ook de schulden die het echtpaar maakt.

1.2. Huwelijksvoorwaarden.
Men doet er goed aan voor het huwelijk te sluiten te overwegen of deze zogenaamde `vermogensvermenging' voor geen nadelen heeft.
Men kunnen namelijk uit diverse mogelijkheden kiezen om het bezit van de afzonderlijke partners geheel of gedeeltelijk gescheiden te houden. Daartoe moet een `akte van huwelijksvoorwaarden' worden opgemaakt door een notaris. Met huwelijksvoorwaarden kan men de financiële risico's beperken. Dat is vooral van belang als een van de echtgenoten een beroep of bedrijf uitoefent, dat risico's met zich mee kunnen brengen, zoals ten aanzien van wettelijke aansprakelijkheid.
Dat geldt bijvoorbeeld voor middenstanders, huisartsen, schrijvers en accountants.

De huwelijksvoorwaarden maken dat eventuele zakelijke schulden van de een niet kunnen worden verhaald op bezittingen die eigendom van de andere echtgenoot zijn.
Indien b.v. de man failliet gaat en alle huisraad is eigendom van de vrouw, dan blijven die goederen buiten het faillissement.
Zo zijn er wel meer redenen (bv. familievermogen dat in de eigen familie moet blijven), die huwelijksvoorwaarden tot een zinvolle zaak maken.

Huwelijksvoorwaarden kunnen ook achteraf - tenminste een jaar na het huwelijk - worden gemaakt. In dat geval is de toestemming van rechtbank nodig is, hetgeen door inschakeling van een advocaat kan geschieden.

De huwelijksvoorwaarden moeten openbaar woerden gemaakt door inschrijving in het 'huwelijksgoederenregister'.

2. OUDERLIJKE GEZAG

2.1. Minderjarigen
Volgens de wet wordt de ouderlijke macht over minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar) door beide ouders samen uitgeoefend.
Voor `rechtshandelingen' van minderjarige kinderen zijn de ouders verantwoordelijk. Zij kunnen daarin toestemmen door hun handtekening te zetten, of hun kind verbieden een bepaalde rechtshandeling te verrichten.
Dit is het wettig gezag van de ouders over hun kinderen.
De meerderjarigheidsleeftijd is 18 jaar (kan per land verschillen). Na een echtscheiding of na het overlijden van beide ouders moet de ouderlijke macht over minderjarige kinderen worden vervangen. Er worden dan door de rechtbank een voogd en een toeziend voogd benoemd.

2.2.Echtscheiding
Gedurende het huwelijk oefenen de ouders gezamenlijk het gezag over de minderjarige kinderen uit. Bij een echtscheiding kunnen de ouders op hun eensluidend verzoek gezamenlijk belast blijven met het gezag. Het wettig gezag van de ouders over hun kinderen verandert door de echtscheiding dan niet. Indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging van het verzoek de belangen van de kinderen zouden worden verwaarloosd, bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan alleen het gezag over ieder kind zal toekomen. Meestal wordt de moeder belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen. Voogd en toeziend-voogd bij echtscheiding bestaan niet meer. Voogdij wordt door een ander dan een ouder uitgeoefend, meestal na het overlijden van de ouders.

2.3. Overlijden
Na het overlijden van de ouder (bijv. de moeder) die alleen het gezag over de minderjarige kinderen uitoefent, bepaalt de rechter dat de overlevende ouder (bijv. de vader) of een derde (al dan niet tijdens het leven van de moeder bij testament of notariële akte aangewezen persoon) met het gezag over deze kinderen wordt belast. Na het overlijden van beide ouders benoemt de kantonrechter een voogd op voorstel van familieleden van zowel de man als de vrouw. De ouders kunnen ook zelf een voogd aanwijzen, die zal gaan optreden als beiden dood zijn. Dit laatste kan via een testament of een notariële akte. Het aanwijzen van een eventuele voogd door de ouders zelf is in bepaalde gevallen sterk aan te bevelen. Want zij weten dan zeker, dat over hun kinderen iemand voogd wordt, van wie zij mogen verwachten dat hij of zij hun kinderen zoveel mogelijk in hun geest verder zal opvoeden.
De voogd heeft de zorg voor het vermogensbeheer van het minderjarige kind en voor zijn opvoeding. De toeziend voogd heeft daarbij een min of meer controlerende taak. Met betrekking tot het vermogensbeheer moet de voogdrekening en verantwoording afleggen als het kind de meerderjarige leeftijd bereikt.
Als een van de ouders overlijdt, is de andere ouder automatisch voogd. Er wordt dan slechts een toeziend voogd benoemd. Dat gebeurt altijd door de kantonrechter.

3. SCHENKINGEN

3.1. Ouders aan kinderen
Ouders doen vaak schenkingen aan hun kinderen, onder meer om te bereiken, dat hun kinderen later niet zoveel successierecht (belasting over de erfenis) hoeven te betalen. Zij mogen per jaar aan ieder van hun kinderen een belastingvrij bedrag schenken. Dit bedrag wordt door de Minister van financiën jaarlijks aangepast. Voor een kind tussen 18 en 35 jaar kan op verzoek een eenmalige vrijstelling gelden.

Alleen het hogere bedrag dan het vrijgestelde bedrag kost in zo'n geval (een betrekkelijk gering) schenkingsrecht. Als het besparen op successierecht de enige reden voor ouders is om aan hun kinderen schenkingen te doen, dan kunnen zij bij notariële akte zogenaamd `erkennen schuldig te zijn uit hoofde van schenking'. Zij verklaren in dat geval aan hun kinderen een bepaald bedrag schuldig te zijn (de schenking) en daarover rente te zullen vergoeden. In principe is deze schuld pas opeisbaar nadat de ouders overleden zijn. De ouders kunnen dus in de praktijk gewoon over hun bezittingen blijven beschikken. Dit speelt vooral wanneer men geen contant geld bezit maar bijvoorbeeld wel aandelen of onroerend goed. Het is cruciaal dat de ouders rente betalen over het schuldig erkende bedrag. Voor het doen van een dergelijke schenking is een notariële akte noodzakelijk.

De brochure `Uw vermogen en de oude dag' geeft meer informatie over dit onderwerp en is gratis verkrijgbaar bij de notaris.

4. Testamenten

Men kan in een testament zijn laatste wil vastleggen met betrekking tot de verzorging van het achterblijvende gezin, nadat de maker van het testament overleden is. Zo kunnen bijvoorbeeld in een testament worden geregeld de voogdij, de opvoeding van nog minderjarige kinderen en bijvoorbeeld wie ervoor moet zorgen dat de laatste wil van de overledene werkelijk wordt uitgevoerd (de executeur testamentair). Het grootste deel van het testament gaat meestal over de regeling omtrent de verdeling van de bezittingen van de overledene.

Voorbeeld: van een echtpaar zonder kinderen, dat niet op huwelijksvoorwaarden is getrouwd, overlijdt de man. Zijn vrouw is dan de enige erfgenaam en zij erft dus hun totale bezit (huisraad, auto, geld, huis, enz. ). Als daarna de vrouw overlijdt, gaat dit hele bezit naar de naaste familie van de vrouw. Zij was de zogenaamd `langstlevende'. De familieleden van de man erven helemaal niets. Het is goed denkbaar dat deze man en vrouw eigenlijk heel andere bestemmingen voor hun bezit hadden na hun dood.

4.1. Afwijken van de wet
De wet bepaalt precies hoe de verdeling van iemands bezit na overlijden moet plaatsvinden: de naaste bloedverwanten zijn voor een bepaald gedeelte in zijn erfenis `gerechtigd'. Wil men daarvan afwijken, dan is een testament noodzakelijk. In dat geval kan men zijn eigendommen ook vermaken aan andere personen of instellingen.

Overigens: ouders kunnen hun kinderen nooit helemaal onterven. Zij blijven recht houden op een zogenaamde `legitieme portie' of wel hun wettelijk erfdeel en kunnen daarop aanspraak maken, als zij dat willen. Ook omgekeerd kunnen kinderen, die zonder echtgenoot of (klein)kinderen komen te overlijden, hun ouders het recht op een wettelijk erfdeel niet ontnemen; de ouders kunnen er aanspraak op maken, als zij dat willen.

4.2. Pleegkinderen
Ook al is een pleegkind al jaren `lid van de familie', voor de wet is hij of zij geen erfgenaam. Pleegouders kunnen hun pleegkind wel tot erfgenaam benoemen; dat kan alleen maar in een testament, anders is het voor de wet niet geldig.

4.3.Testament op het `langst leven'
Een ander voorbeeld: bij een echtpaar dat in gemeenschap van goederen is getrouwd en kinderen heeft, behoudt de achterblijvende echtgenoot de helft van het gezamenlijke bezit. De andere helft wordt gelijkelijk tussen de kinderen en die achterblijvende echtgenoot verdeeld. Dat staat in de wet. Maar het betekent, dat de achtergebleven echtgenoot in grote moeilijkheden kan komen. Want stelt u zich voor dat de kinderen hun `erfdeel' direct opeisen. Dan zou bijvoorbeeld een deel van de inboedel of het huis moeten worden verkocht om geld vrij te maken.
Wil het echtpaar dit soort problemen voorkomen, dan laten man en vrouw allebei een testament `op het langstleven' maken. Daarin mag men zijn kinderen, zoals gezegd, niet geheel onterven, maar men kan wel diverse voorzieningen treffen, waarbij in vele gevallen de langstlevende ouder tijdens zijn/haar leven niet met de kinderen hoeft af te rekenen.

Voor een echtpaar dat wel huwelijksvoorwaarden had laten maken voor of tijdens hun huwelijk, geldt in feite net zoiets. Na het overlijden van een van de echtgenoten met achterlating van kinderen krijgt de ander slechts een deel, gelijk aan dat wat ieder kind toekomt, van het geen op naam van de overledene stond.

4.4. Mogelijkheden
Er zijn talloze mogelijkheden voor de verdeling van een nalatenschap die in een testament kunnen worden vastgelegd. Bovendien is een testament niet definitief. Men kan het te allen tijde wijzigen of aanvullen. Een testament is een notariële akte en moet dus door een notaris worden opgemaakt. De notarissen zijn wettelijk verplicht op te geven wie bij hen een testament hebben laten maken. De inhoud van het testament wordt niet opgegeven; die blijft geheim. Uit dit centrale register kan iedereen na iemands overlijden te weten komen of de overledene een testament heeft gemaakt en bij welke notaris dit is gebeurd. Alleen de direct belanghebbenden kunnen vervolgens bij de notaris naar de inhoud van het testament vragen.

5. ERFENISSEN

5.1. Erfgenamen
Zoals hiervoor beschreven zijn de erfgenamen van een getrouwde man of vrouw de huwelijkspartner en de kinderen. Is een kind al eerder overleden, dan komen zijn kinderen in zijn plaats. Zo kunnen we verder gaan: gaat iemand dood die geen echtgenoot, kinderen of kleinkinderen heeft, dan erven zijn ouders, broers en zusters. En is bijvoorbeeld een broer reeds overleden, dan erven zijn kinderen. Zijn ook die neven en nichten allemaal overleden, dan komen ooms en tantes, achterneven en -nichten aan de beurt. In de wet staat precies beschreven voor welk gedeelte al deze familieleden eventueel in de nalatenschap gerechtigd zijn. Daarnaast kan de overledene bij testament ook nog aan anderen gedeelten van zijn erfenis hebben vermaakt. Dan is er sprake van een erfstelling of een legaat. Dat legaat kan een bedrag zijn maar het kan ook goederen betreffen.

5.2. Belastingen
Het is de taak van de notaris uit te zoeken wie de erfgenamen van de overledene zijn. Daartoe zal hij inlichtingen inwinnen bij diens naaste familieleden en bij het bevolkingsregister. Daarnaast gaat de notaris na of er een testament bestaat en of het aangetroffen testament het laatste testament van de overledene is. De inhoud van een testament kan met zich brengen dat bepaalde erfgenamen zich moeten uitspreken over de vraag of ze zich bij het testament neerleggen of niet. Ook kan de overledene een executeur testamentair hebben benoemd. Deze heeft tot taak om in overleg met de notaris toe te zien op respectievelijk zorg te dragen voor de uitvoering van het testament. Verder gaat de notaris na hoe de nalatenschap is samengesteld, in goederen, geld, waardepapieren enz. Hij zoekt vaak uit of er nog rekeningen betaald moeten worden, of er vorderingen te innen zijn, of alle pensioen- en AOW uitkeringen ontvangen zijn, of er nog belasting moet worden betaald etc.
De mogelijkheid bestaat dat de schulden van de overledene meer belopen dan de nagelaten baten. In zo'n geval kan de privé aansprakelijkheid van de erfgenamen voor het nadelige verschil worden voorkomen door op de Griffie van de Rechtbank een verklaring van `beneficiaire aanvaarding' uit te brengen.
Door het overlijden eindigen volgens de wet alle volmachten die de overledene heeft gegeven. Omdat de erfgenamen gezamenlijk gerechtigd zijn tot de nalatenschap van de overledene, zijn zij uitsluitend tezamen bevoegd om beslissingen te nemen over bijvoorbeeld het tekenen van de bank- en giro-opdrachten.

5.3. Verdeling van de erfenis
Van de verdeling wordt vaak een notariële akte opgemaakt. Toch kan ook die verdeling nog wel problemen geven. Want de erfgenamen moeten het met elkaar eens zien te worden over de verdeling. Het is bij erfenissen niet zo dat de meeste stemmen gelden. Als twee erfgenamen bijvoorbeeld hun zinnen hebben gezet op hetzelfde stuk huisraad, zullen zij het samen eens moeten worden. Bij verschil van mening zal de notaris proberen de betrokkenen tot overeenstemming te brengen.

Nog een slotopmerking over de verdeling van de erfenis.
Als deze bestaat uit een inboedel, een bank- en/of giro- rekening en contant geld, dan is een notariële akte van de verdeling in het algemeen niet nodig. Een notariële akte van verdeling is wel vereist als bij de erfgenamen personen zijn die niet bevoegd zijn om zelfstandig over hun vermogen te beschikken, zoals minderjarigen of personen die onder curatele zijn gesteld of iemand die failliet is verklaard.

De gehele behandeling van de nalatenschap kan doordat er veel administratief werk gedaan moet worden en doordat vaak het bereiken van overeenstemming tussen de erfgenamen moeilijk is, veel tijd kosten.

5.4. Executeur-testamentair
Indien het testament voorziet in de benoeming van een executeur-testamentair zal deze de taak op zich nemen om de nalatenschap voor verdeling gereed te maken - in veel gevallen ook een taak voor een notaris. Het gebeurt dan ook niet zelden dat een executeur in feite op dit gebied geen wezenlijke taak heeft. Wil men toch een executeur testamentair aanwijzen, dan is het verstandig daarvoor iemand te vragen die bereid en in staat is zijn taak op een onafhankelijke wijze waar te maken. Het is gebruikelijk dat de executeur, als hij geen familie van de erflater is, een vergoeding ontvangt voor de door hem of haar verrichte werkzaamheden. Die vergoeding kan in het testament zijn vastgesteld. Is dat niet zo, dan zijn er vaste percentages voor.

6. SAMENWONEN

6.1. Juridische regeling nodig
In onze samenleving is binnen het Nederlandse recht het huwelijk de enige wettelijke erkende vorm van samenleving tussen twee mensen.
Voor mensen die op een andere manier met elkaar duurzaam samenleven is er nog veel meer reden om hun materiële verhouding goed te regelen. We denken hier aan broer en zus, heterofiele en homofiele paren enz. Ongehuwden die samenleven zijn echter bepaald niet rechteloos.

6.2. Samenlevingscontract
Is voor een echtpaar huwelijksvoorwaarden belangrijk, zo is voor twee mensen die van plan zijn langdurig samen te leven, afspraken maken over de financiële gevolgen daarvan evenzeer belangrijk. Zij leggen hun verhouding dan vast in een contract. Het verdient aanbeveling dit contract in de vorm van een notariële akte te laten opmaken, omdat het een zeer ingewikkelde materie is die goed en doordacht op papier moet worden gezet.
Zolang alles goed gaat, is er niets aan de hand. Maar men kan besluiten uit elkaar te gaan of een van de partners kan komen te overlijden. Wat gebeurt er in deze gevallen met het huisraad, met het huis, met een gemeenschappelijke bankrekening enz.?

6.3. Gezamenlijke woning en goederen
Als men in een huurhuis woont en de huurovereenkomst staat op naam van slechts een van de partners, dan kan met de verhuurder schriftelijk worden geregeld, dat de andere partner medehuurder wordt. Deze laatste kan dan bij overlijden of vertrek van de ander de huur gewoon voortzetten. Wanneer de verhuurder niet binnen 3 maanden schriftelijk instemt met het verzoek om de andere partner medehuurder te maken, kunnen de partners zich met dit verzoek gezamenlijk tot de kantonrechter wenden. Deze houdt bij zijn beslissing rekening met bepaalde omstandigheden zoals de duur van de gemeenschappelijke huishouding. Hebben de partners twee jaar in het huis samengewoond dan zal de kantonrechter in het algemeen het verzoek toewijzen.
Is er een huis gekocht op beider naam, dan is het verstandig in een contract op te nemen tot welk bedrag ieder in de koopsom heeft bijgedragen en hoe men de rente en aflossing van de hypotheek samen regelt.
Voor huisraad geldt dat men vastlegt wie welke gemeenschappelijk te gebruiken goederen betaalt en op welke wijze men een en ander wenst te verrekenen indien het samenleven wordt beëindigd door vertrek van een van de partners. Een soortgelijke overeenkomst is van belang ten aanzien van een gezamenlijk te gebruiken bankrekening waarop ieder een deel van zijn inkomen stort en waaruit de kosten van de huishouding worden betaald.


6.4. Testament
Het belang van een testament is hiervoor reeds behandeld.
Voor mensen die niet in huwelijksverband samenwonen is een testament van nog groter belang. Bij overlijden van een der partners zou de familie zijn of haar bezit kunnen opeisen. Door het wederzijds maken van een testament kan men er in ieder geval voor zorgen dat de overlevende partner niet onverzorgd achterblijft. Toch is het meestal niet mogelijk de naaste familie (eventuele kinderen en ouders) geheel te onterven.
Naast het maken van een testament kunnen de partners ook in een akte vastleggen dat bij het overlijden van de een, de gemeenschappelijke goederen zonder vergoeding aan de ander gaan toebehoren; dit is een zogenaamd `verblijvensbeding'. Ten aanzien van privé goederen kan men in zo'n akte een overnemingsprijs afspreken. Men verleent elkaar dan het eerste recht om die goederen tegen een afgesproken prijs over te nemen. Om die prijs te kunnen betalen bestaat de mogelijkheid voor beide partners om een levensverzekering op het leven van de ander af te sluiten.

De conclusie uit dit alles moet zijn dat het voor samenwonenden buiten huwelijksverband altijd verstandig is hun relatie - en dan met name de zakelijke kanten ervan - te regelen.

De huidige tarieven voor successierecht vrijstellingen, successierecht (ook voor ongehuwd samenwonenden) en schenkingen, kunt u vinden op de informatiekaarten "Schenkingen" en "Aangifte voor successierecht". Deze kaarten zijn gratis verkrijgbaar bij Mr A.R. Aautar, notaris te Rotterdam, of
te bestellen via zijn notariskantoor telefoon +31(0)10-2858671. Waar u ook terechtkunt voor het laten opmaken van allerlei notariële akten.


Hier vindt u informatie over:

- Echtscheiding, alimentatie, omgangsregeling enz

- Verblijfsvergunning en Naturalisatie

Voor rechtshulp kunt u emaillen naar Mr G. Jairam: jairam@advokaat.net

Bellen voor een afspraak: 010-4250280 of 06-50220000

Terug naar begin